Geschiedenis

Hoe het begon

In 1856 werd er een bouwvergunning afgegeven aan de fam. Van de Craats voor het bouwen van een korenmolen met twee koppels stenen voor het malen van rogge en boekweit.

In 1858 was men klaar met de bouw van de molen: een houten achtkante stellingmolen op een achtkante stenen onderbouw. Deze stond eenzaam op de Maanderheide tussen de dorpen Ede en Bennekom, een zandvlakte en heide aan de ene kant en aan de andere kant in de verte landbouwgrond met een enkele boerderij.

Wel was er vlakbij de halteplaats voor de stoomtrein. Daar stond de bouwkeet die gebruikt was voor de aanleg van de spoorlijn Utrecht-Arnhem en die nu diende als tijdelijk stationsgebouw. Aan deze “keet” heeft de Keetmolen zijn naam te danken. Pas in 1878 kwam er een echt stationsgebouw.

Voor de Keetmolen langs liep vanaf het dorp naar de halteplaats een zandweg. Die was ’s zomers stoffig en in de winter modderig. in 1886 werd deze weg verhard met grind en kreeg de naam Grindweg. Om dit te financieren passeerde men toen wel een tolhuis ter hoogte waar nu de Tolhuislaan is. Dit was het enige gebouw nabij de Keetmolen.

De Stationsweg

De Grindweg werd pas in 1896 met straatstenen verhard en kreeg toen de naam Stationsweg. Nog tot 1918 werd tol geheven bij het tolhuis.

Er ontstond al vroeg bedrijvigheid rond de Stationsweg. Houthandelaar Tulp kocht hier veel grond waarop hij zijn eerste bedrijf stichtte en later ook villa’s bouwde.

Tussen de huidige Ericalaan en de Eikenlaan stond rond 1870 het eerste slachthuis van Nathan Levie. De groei van Ede nam sterk toe na de bouw van de kazernes in 1906 en van de kunstzijdefabriek de ENKA in 1922.

Om de Stationsweg meer aanzien te geven werden aan weerszijden bomen geplant. In 1874 werd aan beide zijden van de Stationsweg grond beschikbaar gesteld voor de bouw van grote woonhuizen. Er bestond geen duidelijk adressenbestand met huisnummers, maar de huizen werden herkend aan hun naam.

Na de Tweede Wereldoorlog is er flink gebouwd aan de Stationsweg, maar het karakter bleef behouden.

Het noodlot slaat toe

Op 12 juli 1865 wordt de houten bovenbouw van de Keetmolen door blikseminslag verwoest. Het was een lot veel molens in die tijd ondergingen. De woning die bij de molen stond kon gelukkig worden gered, maar de molen moest herbouwd worden.

Er werd direct een vergunning aangevraagd voor de herbouw van de molen. De werd afgegeven mits de herbouw binnen een jaar zou aanvangen. In 1866 werd de molen herbouwd.
Bij de herbouw voltrok zich iets merkwaardigs: de molen is niet herbouwd als houten stellingmolen, maar men bouwde op de resterende stenen onderbouw een stenen achtkant. En in plaats van een stelling werd rond de onderbouw een aarden wal, of wel een belt, aangelegd. Zo ontstond de huidige, wat merkwaardige, maar unieke achtkante, gemetselde beltmolen. Stenen molens zijn nl. meestal rond.

Toen bleek dat in de omgeving ook gerst verbouwd kon worden, is men op de molen gerst gaan pellen tot gort. Hiervoor kwam naast de twee koppels maalstenen ook een koppel pelstenen in de vloer van de steenzolder.
(pelstenen werden tussen de zware vloerbalken gelegd omdat deze van zandsteen waren en nog wel eens uit elkaar konden spatten.)

De kuip waar deze pelstenen in lagen is nog steeds te zien in de molen.

De Keetmolen tijdens de Tweede Wereldoorlog

Tijdens de oorlog was de Keetmolen waarschijnlijk nog gewoon in gebruik. Maar in de loop van de oorlogsjaren kreeg de molen er een bijzonder functie bij: die van Schuilplaats.

Het verhaal gaat dat vier Joodse onderduikers zich onderin de molen hebben schuilgehouden. Onder het verhoogde deel van de vloer op de begane grond was voor hen een schuilplaats gemaakt!

In september 1944 werd het spannen en gevaarlijk rond de molen. Op 17 september werden, voorafgaand aan de Operatie Market Garden, de kazernes van Ede gebombardeerd door geallieerde bommenwerpers. De meeste bommen vielen echter op het woongebied van Ede-Zuid. Heel wat huizen werden verwoest en er vielen vele slachtoffers.

Tijdens zo’n bommenaanval riep molenaar Altena voorbijgangers die een goed heenkomen zochten. Ze mochten in een soort schuilkelder naast de molen het bombardement afwachten.

Op een luchtfoto die na het bombardement is gemaakt, zijn de talloze bomkraters te zien, ook in de directe omgeving van de molen. Het mag een wonder heten dat de Keermolen toen niet verwoest is.

Na de Slag om Arnhem, in oktober 1944, hebben acht Engelse soldaten zich schuil kunnen houden in de Keetmolen. We weten niet wie zij waren en hoe het hun daarna vergaan is. Waarschijnlijk hebben ze, dank zij de Operatie Pegasus, kunnen ontsnappen naar bevrijd gebied aan de overkant van de Rijn.

Na de oorlog

Verval

Tot in de jaren 50 heeft de Keetmolen gemalen, waarna er een einde kwam aan het maalbedrijf. De molen heeft toen jaren stil gestaan en raakte langzaam maar zeker in verval. Tot 1971 was de familie Van de Craats eigenaar van de Keetmolen. Op 18 augustus 1971 werd de gemeente Ede eigenaar van de molen, welke toen in erbarmelijke staat was.

Restauratie

In 1977 werd de Keetmolen op initiatief van de plaatselijke Juniorkamer gerestaureerd. Na deze flinke restauratie is de Keetmolen geregeld in werking door de inspanning van vrijwillige molenaars.

Op de baard van de Keetmolen staat het jaartal 1750, maar niemand weet waarom. Voor zover we weten dateert de eerste molen uit 1858. Het zou natuurlijk kunnen dat er in 1750 al een molen (bijvoorbeeld een standerdmolen) op deze plek heeft gestaan, maar tot nu toe hebben we daar geen aanwijzingen voor kunnen vinden.

Onderhoud

In het voorjaar van 2020 wordt groot onderhoud aan de Keetmolen gedaan. Hierbij kreeg de molen nieuwe spruiten en nieuwe korte schoren. Verder zijn toen ook een aantal kruipalen vernieuwd.

Eigenaars

Eigenaren van deze molen:
C. van de Craats Jansz. (1860 – 1884)
J.D. van de Craats (1884 – 1899)
J.W. van de Craats (1899 – 1910)
J.W. en H. van de Craats (1910 – 1948)
H. van de Craats (1948 – 1950)
Van de Craats C.V. (1950 – 1971)
Gemeente Ede (1971 – heden).